Geschreven voor Stichting ééndiabetes.

Het zit me nog steeds niet lekker, die nét te hoge suikerwaardes, die ik ondanks de hoge dosering van driemaal daags 1000 mg tolbutamide, blijf houden. Als ik het bespreek met mijn interniste, begrijpt ze gelukkig mijn gevoel. Ze kent me ook al langer dan vandaag en weet waar mijn strakke norm ligt. Ze stelt voor om toch nog een ander medicijn te proberen, gliclazide. Dat is een langwerkend preparaat dat ik maar één keer per dag hoef te nemen. Startdosis 30 mg. Het klinkt te mooi om waar te zijn, maar ik grijp elke kans met beide handen aan.

Al na twee dagen blijkt dat 30 mg te weinig is, dus wordt de dosis verhoogd naar 60 mg. Weer twee dagen later blijven mijn bloedsuikers maar stijgen en we verdubbelen de dosis naar 120 mg. Het lijkt alsof dat geen bal uitmaakt. De dosering wordt dus nog verder opgehoogd en verdeeld over twee giften, zodat de gliclazide meer verspreid in mijn lichaam terecht komt. Het mag allemaal niet baten. Gedurende de dag lopen mijn suikers steeds verder op tot boven de 15 mmol/l voor het slapen gaan.

Zeven avonden achter elkaar spuit ik vier tot zeven eenheden Novorapid insuline bij om mijn suikerspiegel weer naar een normaler niveau in de ochtend te brengen. En zelfs dat lukt maar half. Ik sta nog steeds op met een suiker van boven de 8.0 mmol/l.

“Ik wilde zélf zo nodig onderzoeken wat voor diabetes ik heb. Ik wilde zélf overstappen van insuline naar pillen. En nu roep ik de hele tijd dat het niet werkt.”

Ik ben de wanhoop nabij. Dit medicijn werkt echt het slechtst van allemaal. Ik voel me ook steeds bezwaarder om de diabetesverpleegkundige of mijn interniste te bellen. Wat zullen zij wel niet van me denken? Ik heb dit zélf geïnitieerd. Ik wilde zélf zo nodig onderzoeken wat voor diabetes ik heb. Ik wilde zélf overstappen van insuline naar pillen. En nu roep ik de hele tijd dat het niet werkt. Ze zullen me vast een zeur vinden.

Maar ook nu is mijn interniste begripvol. Ze snapt dat dit geen oplossing is en vraagt me wat ík wil. Terug naar de tolbutamide is mijn eerste gedachte. Alhoewel ik me ook afvraag of ik het eerste medicijn, de glibenclamide, niet nog een keer zou kunnen proberen. Daar heeft ze zelf ook al aan gedacht. We spreken af dat ik in eerste instantie terug ga naar driemaal daags 1000 mg tolbutamide en dan kijken we daarna verder.

Nu, weer een week later, liggen mijn bloedsuikers binnen de marges van 6.0 tot 8.5 mmol/l. Zolang ze nuchter rond de 6.0 mmol/l zijn, ben ik tevreden. En ik weet ook, mocht het toch weer oplopen, dan heb ik de steun van mijn interniste om nieuwe alternatieven te bekijken. Samen werken we aan de meest optimale vorm van medicatie. Dat is een geruststellend gevoel.

Wil je de originele column lezen, klik dan hier.